Wat is er bijzonder aan?
Molenzeilen moeten voor elke molen op maat gemaakt worden. Hiervoor krijgt de zeilmaker de maten van het hekwerk van de molenmaker doorgespeeld of hij gaat zelf ter plaatse met het meetlint een kijkje nemen.
De afwerking van de bovenkant van een molenzeil.
Links de lange bovenhoek
rechts de korte bovenhoek
Doeksoorten
Tegenwoordig worden veel zeilen uit een WK77 doek vervaardigd. Dit is een dun soepel kunstof doek (50% polyester- 50% pva) dat het uiterlijk van het oude katoendoek heeft.
Hoewel veel molenaars dit prettig vinden zijn er ook molenaars die liever een ouderwets stevig doek in handen hebben. Zeilen zijn ook nog steeds uit te voeren in katoendoek of in polyesterkatoen. Dit zijn zwaardere doeken.
WK77 heeft een groot bedieningsgemak. Het is weervast en reageert alleen op zonlicht. Bij nat worden krimpt het niet en het kan ook niet gaan rotten. Katoendoek heeft deze nadelen wel. Polyesterkatoen ook wel maar minder. Voor de laatste twee doeksoorten is er Hydroline verkrijgbaar waarmee het doek weersbestendig gemaakt kan worden. Hydroline is in verschillende kleuren leverbaar.
WK77 is enkel in bruin en in wit verkrijgbaar
Katoendoek in bruin, oker, wit en rood
Polyesterkatoen in bruin, wit en steenrood.

Aanzetten van zwichtlijnen, al dan niet met bokkepoten/slijtstukken, gebeurde op velerlei manieren. Tegenwoordig worden ze meestal in het lijk vastgezet op de manier zoals hier rechts op de foto. De andere manieren ook uitvoerbaar.
Zeil opgevouwen zodat het zich makkelijk laat voorhangen. Deze kan naar de molen...
Molenzeilen
(nog onder constructie)
Wat is een molenzeil?
Op de foto links is een molenwiek (roede-end) te zien met op het hekwerk een molenzeil. Het zeil zit aan de bovenkant met twee touwen opgehangen. De langehoek links en de korte hoek rechts. De bovenkant van het zeil heeft een aparte vorm. Deze is nodig om het zeil goed te laten oprollen als het geklampt wordt. Dit klampen gebeurd als de molen buiten bedrijf wordt gesteld.
Verder zit een zeil met de vestelingen, kikkerlussen of litsen vast aan de roede. Op de hoofdbalk van de wiek zitten een stel kikkers (haakjes) waarachter de lussen gehaakt moeten worden. Aan de linkerzijde wordt het zeil op zijn plaats gehouden door de zwichtlijnen. Deze hebben bovenin verdikkingen, de slijtstukken of bokkepoten, die om het hekwerk heen aan en aan de achterzijde van het hekwerk worden vastgezet. (verderop hier meer over) Beneden wordt het zeil geborgd met de onderhoektouwen.
De vorm van de zeilen is per streek verschillend. Niet dat er grote verschillen zijn, maar voor een molenaars-oog duidelijke kenmerken. Het uit zich voornamelijk in de bek (bovenkant) van een zeil. Vaak verjongt een zeil zich daar. Het wordt er smaller. Dit is, vooral bij molens met brede hekwerken, om ook de bovenkant van het zeil helemaal te kunnen oprollen. Dit gebeurd als de zeilen worden opgeborgen na een maaldag.
Een molenzeil is gelijkt. Dit wil zeggen dat er rondom aan het zeildoek een touw wordt gestikt. Dit gebeurd geheel handmatig. Door dit touw, het lijk, kan het zeil stevig op het hekwerk van een molenwiek worden gespannen.